Het ongeval gebeurde in de nacht van vrijdag 25 op zaterdag 26 april 1986. De oorzaak was een veiligheidsexperiment met reactor 4 van de kerncentrale. De reactor sloeg op hol en als gevolg waren er explosies, waardoor er grote hoeveelheden radioactieve stoffen in de atmosfeer kwamen. In het begin hield de Sovjet-Unie alles stil tot wanneer de eerste stofdeeltjes in Europa waarneembaar waren. De eerste bewijzen vond men in Zweden. Hierop vroeg een zweeds diplomaat voor wetenschap en techniek in Moskou om opheldering. Ook de zweedse ambassadeur kreeg geen informatie van het ministerie van binnenlandse zaken in Moskou over een mogelijk ongeval.
Na het stilzwijgen werd er op de avond van 28 april op de Russische staatstelevisie een kort perscommuniqué van de ministerraad van de Sovjet-Unie voorgelezen: “Er heeft zich een ernstig ongeval voorgedaan in de kerncentrale van Tsjernobyl. Een van de reactoren is beschadigd. Er worden maatregelen genomen om de gevolgen van het incident te beperken. De gewonden worden geholpen, er is een regeringscommissie ingesteld.”
De evacuatie van de bevolking in de omgeving van de kerncentrale begon zo'n 36 uren na het ongeval. Er werd een sperzone van 10 km ingesteld. Er werden 1200 bussen ingezet om de mensen van Prypiat en tientallen boeren uit de omgeving te evacueren. Enkele hoge functionarissen waren intussen reeds vertokken met hun familie naar Kiev, en dit slechts enkele uren na de ontploffing. Steden en dorpen die minder dan 15 km verwijderd waren, werden maar zes dagen na de ramp ontruimd. Hierdoor hebben veel mensen een onnodig hoge stralingsdosis opgelopen. Het was het gevolg van een onderschatting van de ramp en van onjuiste informatie.
Mede door de bureaucratische structuren werden noodzakelijke beslissingen te lang uitgesteld. De evacuatie verliep ongelooflijk slordig. Gezinnen werden gescheiden en totaal onbekenden werden met elkaar in inderhaast opgetrokken flats in betonnen blokken ondergebracht. Anderen hadden minder geluk en moesten een onderkomen zoeken bij vrienden of familie, in afwachting op de nog op te trekken flats. Andere mensen begaven zich naar stations of metro's waar zij tenminste een droog onderkomen vonden. Nog anderen stelden zich tevreden met een plaats in een container langsheen de straten.
De gevolgen op lange termijn zijn groot. Duizenden mensen sterven in de vijf jaar volgend op de kernramp. In totaal werden zeshonderdduizend ‘liquidatoren' ingezet. Een schatting van het juiste aantal slachtoffers is moeilijk. Bovendien is de Sovjet-Unie zeer karig met informatie en dossiers in verband met de ramp zijn in de loop der jaren verdwenen uit het centraal archief.
Na een aantal jaren steeg het aantal doden te wijten aan andere ziekten, zo ook een vorm van kanker, namelijk schilklierkanker bij kinderen. Kinderen hebben immers een zwakker afweermechanisme. Hoe kun je kinderen uit de bossen en tuinen bannen en hun alles verbieden wat ze iedere dag experimenteren in hun omringende natuur? Deze kwaal had grotendeels vermeden kunnen worden indien de Russische overheid het probleem had erkend en onmiddellijk jodiumpillen aan de bevolking had uitgedeeld. Het staat wetenschappelijk vast dat de meeste kankers het gevolg zijn van een radioactief milieu.
Direct na het ongeval liepen de aantallen van sommige dieren drastisch terug, in het bijzonder muizen. Door de sterke concentratie van vooral caesium-137 was de sperzone van 30 km voorlopig ongeschikt voor voedselproductie. Telen van bladgroenten, waarvan sommigen te veel radioactieve stoffen zouden opnemen zou te veel gezondheidsrisico's opleveren. Door de besmetting van de weilanden was het ook niet aan te raden om koemelk, paddenstoelen of bessen te consumeren, omdat die nog een zeer hoge concentratie van radioactieve stoffen bevatten. Het verzamelen van paddenstoelen en bessen was een favoriete bezigheid van de bewoners. Ook het eten van riviervis was uit den boze.
Het zal waarschijnlijk nog jaren duren alvorens de autoriteiten toestemming geven om weer in de gebieden te gaan wonen of gewassen te verbouwen. Een nachtmerrie dus, waarvan men de gevolgen nu in de 21ste eeuw nog voelt.